Tijdens de periode van surseance moet u (samen met de bewindvoerder) een herstructurering doorvoeren van zowel uw bedrijfsactiviteiten als uw financieringsstructuur. De surseance van betaling geeft u een laatste kans om een faillissement te voorkomen. De ervaring leert dat slechts weinig bedrijven deze kans op een goede manier benutten. Mede door een slechte voorbereiding en uitvoering van de noodzakelijke herstructureringen eindigen veel surseances helaas toch in een faillissement.
De surseance kan alleen door u als schuldenaar worden aangevraagd bij de rechtbank. De belangrijkste juridische gevolgen van het uitspreken van de surseance zijn:
- U verliest het vrije beheer over het ondernemingsvermogen. De rechtbank benoemt een bewindvoerder, die u (idealiter) ondersteunt bij het doorvoeren van de noodzakelijke herstructureringen.
- Concurrente schuldeisers kunnen geen invorderingsmaatregelen meer tegen u instellen. Voorzover reeds beslagen zijn gelegd door schuldeisers komen deze te vervallen.
De surseance werkt niet ten aanzien van:
- vorderingen van de bank of andere financiers voorzover deze gedekt zijn door zekerheden (pandrecht / recht van hypotheek). De bank kan haar zekerheden dus gewoon uitwinnen. Voor een succesvolle surseance (die niet eindigt in een faillissement) is goed overleg met en medewerking van de bank dus essentieel;
- alimentatieschulden;
- termijnen van huurkoop.
De betaling van alle andere schulden reeds bestaande vóór de aanvang van de surseance, kan uitsluitend plaats hebben aan alle schuldeisers gezamenlijk, in evenredigheid van hun vorderingen.
In samenwerking met de bewindvoerder moet u proberen de schuldenlast waaronder uw onderneming gebukt gaat te verlichten. Maar ook op strategisch gebied zullen de bakens verzet moeten worden. Het bedrijf zit niet voor niets in moeilijkheden!
Reorganisatieplan
Het volgende stappenplan wordt samen met u bewindvoerder in werking gezet:
Stap 1: Bepaling financiële status van uw onderneming
De financiële toestand geeft indicaties van het probleem binnen uw onderneming. Aan de hand van uw cijfers en kengetallen is het mogelijk om inzicht te krijgen in de financiëlestatus van uw bedrijf. Bij veel bedrijven in betalingsmoeilijkheden blijkt geen duidelijk inzicht te bestaan in de financiële situatie.
Stap 2: Probleemanalyse bedrijf
In deze fase komen o.a. de volgende vragen
aan de orde:
- Wat zijn de belangen van het bedrijf en haar
medewerkers?
- Wat zijn de belangen van de ondernemer?
- Wat zijn de meest acute problemen van het
bedrijf?
- Hoe zijn deze problemen ontstaan en welke
oplossingen zijn al geprobeerd?
- Welke mogelijke oplossingen zijn er (globaal)
voor de nabije toekomst?
Stap 3: Overbrugging korte termijn liquiditeitsproblemen
In eerste instantie wordt veel aandacht besteed aan de liquiditeitspositie. Welke mogelijkheden bieden bestaande financieringsregelingen en hoe kunnen zo nodig gaten in de liquiditeit overbrugd worden?
Vooral bij gelijktijdige inbreng van (enig) eigen vermogen blijken banken vaak ook in deze fase nog bereid te zijn tot uitbreiding van de bestaande kredietfaciliteit (of deze in ieder geval niet in te trekken) wanneer zij in het verleden goed geïnformeerd zijn geworden en vertrouwen hebben in het management en zijn plannen.
Stap 4: Uitwerking going concern scenario m.b.v. ondernemingsplan
De surseance van betaling is er om de onderneming voort te laten voortbestaan. In deze fase moet een duidelijk plan gemaakt worden voor een structurele oplossing vanuit een ‘going concern’-gedachte.
Deze fase omvat onder andere de volgende werkzaamheden:
- het maken ondernemingsplan, met meerdere scenario’s;
- nadere vaststelling van de feiten;
- overleg voeren met bankier en belangrijke klanten en leveranciers.
In het ondernemingsplan moeten zaken aan de orde komen als:
- een beschrijving van de geherstructureerde onderneming;
- een beschrijving van het management;
- een beschrijving van de producten of diensten;
- een analyse van de markt en de positie van de onderneming daarop;
- verwachtingen ten aanzien van omzetontwikkeling, resultaten en liquiditeitsbehoefte;
- een cash flow prognose.
De uitwerking van het going concern scenario betekent niet noodzakelijk dat de hele onderneming wordt voortgezet. Mogelijke oplossingen die in deze fase naar voren kunnen komen zijn:
- opschoning klanten, voorraden, producten en leveranciers.
- gedeeltelijke verkoop van activa.
- gedeeltelijke verkoop van de onderneming.
- aanpassing van de activiteiten.
- participatie door derden.
- verkoop van de gehele onderneming.
Afhankelijk van de bestaande schuldenlast zal in het ondernemingsplan een beschrijving worden gemaakt van het betalingsvoorstel dat aan de crediteuren zal worden aangeboden.
Het bedrijf moet tijdens de surseance blijven doordraaien. Zowel debiteuren als leveranciers hebben vaak maar weinig geduld. Belangrijke klanten en leveranciers kunnen besluiten over te stappen naar uw concurrent. Informeer ze daarom tijdig.
Stap 5 Uitwerking noodscenario’s voor onderneming
Als tijdens de voorgaande fase blijkt dat de ongezonde onderdelen niet meer beter gemaakt kunnen worden (er is te weinig tijd, of voor de herstructurering is een investering noodzakelijk waarvoor de financiering niet verkregen kan worden) dan kan een plan opgesteld worden met enkel als doel om de gezonde onderdelen voort te zetten met achterlating van de ongezonde delen. Er is dan feitelijk sprake van een doorstart. Een faillissement is dan onafwendbaar. Lees ook het artikel: Checklist doorstart faillissement.
Stap 6: Beperking schade ondernemer gevolgen uit faillissement
Ondernemerspensioen veiligstellen
Ook tijdens de surseance van betaling is het van
belang om naar de privé situatie van de
ondernemer te kijken en gevolgen faillissement.
Beperking van schade in geval van faillissement
door voorkoming van bestuurdersaansprakelijkheid
en zekerstelling van privé-vermogensbestanddelen
kan de ondernemer in de toekomst verder helpen.
Overigens is dit een aspect welk ook aandacht verdient in betere tijden. Het formaliseren van overeenkomsten (huur, geldlening, pensioen DGA in eigen beheer) en het regelen van zekerheidsstellingen tussen de dga en zijn onderneming krijgen in de praktijk veel te weinig aandacht. Hetzelfde geldt voor de relaties tussen zijn Holding en de werkmaatschappij(en). Ondernemers lopen risico, maar wat ze kunnen beperken moeten ze gewoon doen. Het doet aan hun ondernemingslust geen afbreuk.
